2008/01/01

wat u weten moet over hazen


merkwaardig hoe angsthaas kan blijven doorwerken vanuit het subliminale. hoe als het ware gewone woorden dierbaar worden doordat ze steeds weer de novo op slinkse wijze je aandacht weten te capteren. inmiddels is er haast geen haas meer ontsnapt aan mijn zin voor orde en netheid. zoveel is duidelijk geworden, dat er wel degelijk onderklassen van hazen zijn te benoemen, al is het niet uitsluitend in de gebruikelijke zin van de taxonomie volgens linnaeus.

de orde van de knaagdieren of rodentia:

de 1e onderorde: de dubbeltandige knaagdieren of de duplicidentata.

de fluithazen:
de dwergfluithaas (ochotona pusillus pall.)
de himalaya- of de siberische fluithaas (ochotona alpinus pall.)
de otogono, fluithaas van de kale hoogvlakten (ochotona dauricus pall.)
de sneeuwhazen:
de alpensneeuwhaas (lepus varronis mill.)
de veldhazen:
de gewone haas (lepus europaeus pall.)

de 2e onderorde: de knaagdieren zonder stifttanden: de simplicidentata

de mara of pampahaas (dolichotis patagonica shaw)
de agoeti of goudhaas (dasyprocta aguti l.)
de paka of waterhaas (aguti paca l.)
de springhaas (pedetes caffer pall.)

de indeling van de hazen naar de kenmerken van hun geografisch territorium: zoals berg- duin- gras- hei- klei- moer- (alpen)sneeuw- veld- en zandhaas.

zij houden niet eens zozeer van kool(raap) en knollen als van boomschors, bosbessenstruikjes, bitter duizendguldenkruid, duizendblad, heide, klaver, peterselie, raapzaad, rogge en vruchten van lijsterbes. men spreekt dus van grasbuik, hazedistel (melkdistel), hazehuid (rok), hazegras (duizendblad), hazeklaver (klaverzuring), hazelwortel (mansoor), hazendistel, hazengras, hazenlatuw (akker- of graskool), hazenbrood (trilgras, veldbies), hazeoor (doorwas, goud-scherm, waterpostelijn), hazepootje (trifolium), hazesla (akker- of graskool, melkdistel), haze-staart (fluweelgras, pluim), hazewortel (mansoor), heiknapper, koolhaas en natuurlijk van onze onvergetelijke anton koolhaas.

andere woorden staan ivm karaktereigenschappen: (doods)angst, bang en laf zoals angsthaas, haas (tempomaker), hazeachterlopen (sprongen), hazebloed (bloheid, lafheid, zweet), hazehart (bangerd, blodaard), hazenoog (spiegel, lagofthalmus), hazepad (vlucht), hazepoten (lopers), hazevlees eten als ook haasvreter (angst hebben, bang zijn).

woorden als ezelhaas (langoor), haze (pees, gewricht, knieboog), hazegrauw (schemering), hazeharen (rool, wol), hazekop (domoor, botterik), hazeleger (heir, polk), hazelip, hazenest, hazeoor (lepel), hazepeper, hazepoten (lopers), hazeprent (spoor), hazerug, hazeslaapje (dutje, tukje), hazevel (wit), hazeverblijf en hazeverdriet (strik van koperdraad) zijn haast persoonlijke of bezittelijke voornaamwoorden van de haas (eigenschappen).

en wat dacht u van die andere haasvreter, de hazewind of de hazewindhond, die verre van bang is, en van andere vleessoorten zoals ossehaas en varkenshaas. haaskonijn en haasmuizen zouden kruisingen zijn met andere diersoorten. een moerhaas is een moerashaas, een moeren-haas een vrouwtjeshaas, die een aframmeling krijgt van een rammelaar of manlijke haas. in den overdrachtelijke zin kennen wij beunhaas, dakhaas en paashaas maar al te goed. en wat te zeggen van onze anton koolhaas en onze muzikale haas, nee, niet die kleine dwergfluithaas maar andré hazes?