2007/07/03

het st. janslyceum


na mijn periode in de heerlijkheid, die mijn geest toch enigszins had aangesterkseld, dus in drie gym werd ik ingeschreven op de school, waar mijn vader natuurkunde gaf en zoals ik al zei werd ik voor het gemak in de parallelklas van mijn tweelingbroer joris geplaatst, omdat dat voor de leraren makkelijker was, maar hetgeen ons de opportuniteit bood om van klas te wisselen zonder dat iemand dat ook maar in de gaten had.

in het begin was de school nog gevestigd op de hoek van de st. jorisstraat en de hinthammerstraat, de weg die van de stad ’s-hertogenbosch naar het dorp hintham liep. achterlangs en parallel met de st. jorisstraat liep de oude dieze, die zijn kenmerkende geur regelmatig aan ons opdrong. het schoolgebouw was oud met een grote poort, waarachter enorme rijen fietsenstellingen stonden, ik bedoel dan in de orde van zo’n twaalf honderd leerlingen.

ik reed meestal met mijn vriend bernhard en mijn tweelingbroer joris naar school en soms ook met mijn vader en meestal in de zomer. er waren vele schoolgenoten, die van vught naar den bosch fietsten, en zo kwam het, dat wij op bepaalde punten op hen wachten, bijv ter hoogte van de loyola laan, vooral als het ging om het vrouwelijk schoon. zo hoopte joris op birgitte hammens, zuster van machteld, die bij jacoba in de klas zat. birgitte had prachtig lang en zijdeachtig haar en na haar gymnasium werd zij als hoboïste aangenomen bij het brabantse orkest, waar zij regelmatig speelde, maar niet met mannen want zij bleef ongehuwd en op de wallentjes bij het hoge gerechtshof woonde. en ik op marieke kuypers, een sportieve slanke blonde, die in de winter goed was in schaatsen met de lange noren en zomers hockeyde zij bij mop en dat moppie mocht er wezen. later is zij meesterlyck in de rechten geworden en woonde in amsterdam aan het vondelpark.

u begrijpt al dat het lyceum in mijn tijd nog niet gemengd was, anders hadden wij wellicht niet zoveel moeite gedaan, en het maakte het voor ons eerder wat spannender. de vrouwelijke tegenhanger van het st. janslyceum was het marialyceum, waar mevr. driessen de scepter zwaaide (directrice), en gelukkig voor ons, was het gebouw aanpalend, zodat er aan het grote scheidingshek een druk verkeer was tijdens de pauzes. drift noemen ze dat in de sociale psychiatrie.

paralel aan de straat van het st. janslyceum resideerde dr verlinden, die reed in een roover met leder bekleed en die gezegend was met een aantal dochters, waarvan de jongste monique heette en voor mij de mooiste was. er is een periode geweest, dat ik voor haar een straatje omreed. ik verloor haar al snel uit het oog, toen onze school verhuisde van de hinthammerstraat naar den bosch zuid. ik denk, dat ik slechts een jaar naar school op de hinthammerstraat ben geweest en ik herinner er mij niet veel van, behalve dat het ongeveer een half uur flink doorfietsen was van huis uit.

dit in tegenstelling tot het lyceum in den bosch zuid, waar je drie kwartier over deed. aanvankelijk fietsten wij langs de taalstraat, hotel de witte voorbij, over de vughter weg naar de rotonde, waar aan de overzijde het gebouw van de pbem (provinciale brabantse energie maatschappij) stond. maar, wij hielden rechts aan langs het oude en deftige oranjehotel en langs de beroemde wallen, waar halverwege het hoge gerechtshof lag, dat vanuit de wijde omstreken zichtbaar was. bij de oude molen aan de dieze fietsten wij rechts af langs de kunstacademie richting pettelaar, waar later ook het torenhoge provinciehuis werd gebouwd, waar je behalve over den bosch uitzicht had over den dungen. st. michielsgestel en vught. veel later werd het mogelijk om de weg in te korten via de polder, waarbij je vrijwel recht en streeks naar het lyceum kon fietsen.

in die tijd waren we dus nog goed getrained aangezien je minstens 20 km per dag fietste in een goed tempo. daarbij komt nog, dat ik vrijwel dagelijks bij mijn vriend bernhard vertoefde, die eerst op voorburg woonde en later tegenover. dat was nog eens 10 km extra. voorburg is de naam van het grootste gekkenhuis van nederland, met zo’n 1200 bedden, een zeer modern geoutilleerde psychiatrische inrichting, waar tal van psychiaters, psychologen, sociologen en internisten aan verbonden waren. afdelingen als genetica, nucleaire geneeskunde en endocrinologie waren heel gewoon. en het mag ook geen verwondering wekken, dat ik daar in de buurt ben geboren ;)

ik kijk met genoegen terug op het gros van het lerarencorps van het st. janslyceum (en marialyceum) en ik mag mij gelukkig prijzen, dat ik deze pregnante figuren heb mogen kennen. stuk voor stuk bijzondere mensen met kwaliteiten, die eruit sprongen. in mijn tijd was een 40-urige lesweek nog heel gewoon.

de theun: dr. wp theunissen, classicus, mytholoog en iconen kenner, gespecialiseerd in de kloosters van de berg atos en de rila kloosters. een echte manipulator met een wilde bos haren. hij woonde aan de bossche weg vlak voor de rotonde bij het oranjehotel en als je zijn lekke fietsband thuis maakte, kreeg je een puntje meer van hem. zijn zoon guido kwam wel 4 punten te kort op zijn eindexamen, maar de teun sloeg met zijn vuist op de vergadertafel en bezwoer, dat hij geen les meer zou geven, als dat niet in orde werd gebracht. en zo geschiede.

dr. nieuwendijk classicus. een lieve man, waarvan ik in drie gym caesar en livius kreeg. zijn dochter lieve was bevriend met mijn oudste zus jacoba toen het noodlot toesloeg en lieve tijdens het fietsen naar school per ongeluk de stoeprand raakte en daardoor haar nek brak. mijn zus coba was erbij en natuurlijk ook overstuur.

prof. dr. cornelis verhoeven, classicus en theoloog. als boerenzoon in udenhout geboren, een knappe en geestige vent, die les gaf aan het marialyceum. mijn zus coba was verliefd op hem, maar zelf werd hij aangetrokken door ene jeanine uit st. oederode, die één klas lager zat en waarmee hij later ook trouwde en er drie kinderen van kreeg. hij publiceerde veel oa in trouw, waar hij wekelijks een kolom voor zijn rekening nam met allerlei filosofische beschouwingen. later is hij benoemd aan de vrije universiteit van amsterdam als hoogleraar filosofie. toen mijn ouders begraven werden heeft hij op vraag van mijn zus jacoba een prachtige toespraak gehouden in de st. petruskerk van vught. hij was toen al ziek en is zelf later in dat jaar overleden aan darmkanker.

dr. johan masselink, leraar klassieken aan het meisjeslyceum. van hem is mij weinig bekend, behalve dat mijn zus coba les van hem kreeg.

dr. harrie kapteijns, neerlandicus bij het marialyceum. wilde uitstaande haren en een grote zwarte snor, het uiterlijk van een kunstenaar.

drs. jan van sleeuwen, leraar nederlands. een vrolijke man, wiens hoofd in het midden gescheiden werd door een symmetrisch kapsel van vrij kort en zwart haar en ik vermoed als uiting van zijn anti-autoritair karakter. ik herinner mij nog een gevleugelde uitspraak:”gooi die plank voor het gat”, waarmee hij dan bedoelde, dat je de deur dicht moest doen.

dr. karel swinkels, neerlandicus gaf weer les bij de meisjes. deze drie leraren schreven gezamenlijk in non scholae… een literair tijdschrift in die tijd met poëzie en proza, uitgegeven door de zuid-nederlandse drukkerij nv.

drs. van baars, leraar engels en medeschrijver (co-auteur) van het prisma woordenboek. hij kon helemaal overstuur raken als ik hem vertelde, dat ik en mijn broer joris van klas wisselden en dat hij dus niet zeker kon weten wie de punten hadden verdiend. hij repliceerde dan, dat ik wel had kunnen zeggen, dat ik mijn broer niet was?

drs. wenholt, lerares engels. ze leek wel wat op agatha cristie, waarmee ik eigenlijk bedoel, dat zij er in ieder geval engels uitzag. lief van karakter en ongehuwd. zij was de onafscheidelijke vriendin van mej. spits en samen werden zij altijd “de dames” genoemd.

drs. spits, lerares frans met een middelbare opleiding (mo). een ongehuwde tante, bevriend met mej. wentholt. een spits gezichtje met een kromme neus, uitstekend geschikt voor het frans met zijn nasale uitspraak en paarsige krollen van geverfd en gepermanend haar. zij was de permanente vriendin van mej. wentholt.

dr. spé , leraar duits. een echte dietser met een vrij zware en melodieuze stem, die altijd naar knoflook rook, zeker vanwege de duitse worst. een heel aardige en joviale vent, die leed onder het feit, dat zijn huwelijk kinderloos was gebleven. om een of andere reden kon hij heel goed met mij opschieten en mijn kennis van duits was dan ook niet gering. meestal had ik duits in het vierde uur (aan het einde van de ochtend) en als de bel ging wierp hij mij een chief wip toe – ik zat achter in de klas – of ook wel zo’n heerlijk geurende turkse sigaret ovaal van doorsnee en verpakt in een enig turks plat doosje met dekseltje met gouden opschrift.

dr. ad van helmond, leraar duits en adjunct (conrector). hij woonde bij ons in de torenstraat in vught, zo ongeveer tegenover ons tuinhok. hem had ik als leraar in het derde gymnasium en ik herinner me nog de vele vervoegingen, die wij erin moesten stampen.

drs joris bedaux. leraar wis- en natuurkunde. veel valt er te vertellen over deze leraar. hij was graag gezien bij de meisjes. waar hij wiskunde gaf en op de jongensschool gaf hij natuurkunde. hij gaf altijd ongestoord les, dwz dat hij altijd doorging met een stoïcijns gezicht, wat er ook in de klas gebeurde. verder trad hij op als gastpianist in het brabants orkest, waar hij vele successen heeft geoogst.

drs. heugels, leraar natuurkunde, die mankte met zijn been, maar geen beugel droeg. bij hem haalde ik altijd gemiddeld één punt hoger voor fysica dan over dezelfde leerstof bij mijn vader, omdat deze laatste wilde voorkomen, dat hij de naam zou krijgen, dat hij zijn zonen voortrok. voor ons was dat dus best vervelend en vooral voor mijn tweelingbroer joris, die slechts ¼ punt te kort kwam op zijn eindexamen. maar hij sloeg niet met zijn vuist op tafel en daar heb ik veel verdriet over gehad.

drs. coremans, leraar wiskunde (mo). leuke vent, waar ik heel wat van heb opgestoken. oud militair, waarover hij leuke verhalen kon vertellen. rookte altijd een pijp met geurige toeback (clan).

dr. pacilly, leraar chemie en directeur (rector). een kleine manneke en dus met veel gezag, altijd in een maatpak met stropdas, en tijdens zijn verheven toespraak de omstanders beprenkelend met mondwater.

dr. pacilly junior, met een grote kop met rossig haar, leraar fysica, die even als mijn vader uitstekend piano speelde.

dr x, leraar chemie aan het meisjeslyceum. van hem kreeg ik met succes bijles scheikunde.

dr. de wolf, leraar biologie en reeds na enkele jaren adjunct-directeur. een strebertje. ik denk, dat deze man zo zijn voorkeuren had en nogal gevoelig aan hogere personen met gezag met dien verstande dat hun kinderen gemiddeld hoger scoorden. ik denk dan aan geert corsten. op mijn eindexamen heb ik een andere gecomitteerde gevraagd, omdat ik vond, dat hij mij altijd treiterde en dat was nogal compromiterend voor mijn vader, die tot hetzelfde lerarencorps behoorde. maar ik slaagde desondanks. sommigen vonden het een stunt.

dr de hond, leraar aardrijkskunde, een rustige man, waar niet veel van uitging. zijn uiterlijk had wel iets weg van een buldog, maar daarmee is dan ook alles gezegd.

prof. dr. bootsma, leraar geschiedenis. die man kon zó leuk vertellen, dat je dat altijd bij bleef en mede daardoor haalde je altijd een goed punt voor geschiedenis, ook wel omdat hij nooit moeilijke vragen stelde. later is hij professor geworden aan de universiteit van groningen.

drs. harri uitdehaag, leraar geschiedenis en adjunct-directeur (conrector). een vreselijk gelovige man, waar het katholieke vanaf droop, en alhoewel hij gedreven was, niet de kunst bezat om de klas te boeien. een enorme droogkloot.

dr. vos, leraar lichamelijke opvoeding. een man met een kaal hoofd en een buikje en erg lui voor een leraar lichamelijke opvoeding. ik had het idee, dat hij zijn leven zittend doorbracht. hij is nooit over de brug gekomen (met ongelijke leggers).

dr. werner, aalmoezenier van het leger des heils, waarbij je terecht kon als je dacht dat je het moeilijk had. ik herinner mij dat zijn advies luidde, om op je rug te gaan liggen als je s’nachts een stijve kreeg :)

natuurlijk moet ik ook iets zeggen van mijn medelyceïsten. kees pennings uit st. michielsgestel, studeerde in nijmegen anaesthesie. martin schuurmans uit den dungen, een jongen, die altijd met zijn benen over elkaar zat te wiebelen, een nerveuze jongen dus, die ook rookte als een ketter en internist werd in het canisiusziekenhuis te nijmegen. frans corsten, die het met zijn gebroken rug schopte tot neuroloog aan het st. radboudziekenhuis te nijmegen. birgitte hammens uit vught, die hoboïste werd bij het brabantse orkest, marieke kuijpers, meester in de rechten en woonde in amsterdam, vlakbij het vondelpark. en niet te vergeten jeroen bedaux, die cardiologie studeerde bij de wereldberoemde prof. wellens te maastricht. uit zijn nest kwam ook de al even beroemde pedro brugada, die later prof. werd in aalst.